Terug naar Nederland


vlnr: Jeroen Timmers, Ivo Valkenburg en Paul Efmorfidis


Het is vandaag een jaar geleden dat ik tijdens een sabbatical een wezenlijk besluit heb genomen. Ik heb gehoor gegeven aan een al langer sluimerende oproep in mijn ziel weer actief aan de slag te gaan met mensen en organisaties. Vanaf september aanstaande beschikken we over een pied-à-terre in Heusden-Vesting. Mijn vrouw Lili opent daar haar massagepraktijk, Edwin start een nieuw avontuur in de brugklas en ik ga opnieuw mensen en organisaties begeleiden bij het creëren van een nieuwe toekomst, duurzaam, menselijk en betekenisvol. Ook verschijnt er na de zomer bij uitgeverij Edicola een nieuw boek onder de titel: "Niet gezwicht voor de wereld - Transitie in de voetsporen van Kahlil Gibran". Ondertussen blijft Transilvania Retreat Center de plek die we graag blijven delen met mensen en organisaties voor ontspanning, training, dialoog en conferenties.


Het beslismoment van een jaar geleden zie ik me nog helder voor de geest. Het was op de fiets van Athene naar Tirana. Om precies te zijn op de weg van Sarande naar Vlore in Albanië, één van de mooiste kustwegen van Europa.

"Je leeft pas echt als je gaat zweten"

Albanië is wonderschoon. Een ongerepte natuur die zijn weerga niet kent. Met tal van oerplekken. Ook veel mensen die met beide voeten in de klei staan, duidelijk, weinig woorden, veel wol. Met een onvergetelijk mooie opkomende zon, geitenhoeders en een azuurblauwe zee. Dorpjes die de afgelopen honderd jaar weinig of geen bezoek lijken te hebben gehad. Ik reed op een houten COCO-MAT fiets met twee versnellingen, omhoog en omlaag, over de kustweg die je zeker gereden moet hebben als je Albanië bezoekt. De fietstocht was op uitnodiging van Paul Efmorfidis, de Griekse oprichter/CEO van het succesvolle COCO-MAT bedrijf. Een paar jaar geleden boterde het iets minder in de relatie tussen hem en zijn zoon Willem. Paul besloot daarop zijn zoon mee te vragen op de fiets van Amsterdam naar Athene. “Als je samen aan het fietsen bent, na een paar dagen, dan komt het echte gesprek vanzelf op gang”, aldus Paul voor wie het niet alleen een helende reis is geweest met zijn zoon, maar ook de ontdekking van een nieuwe passie: fietsen. “Je leeft pas echt als je gaat zweten. Veel mensen zitten de hele dag op kantoor en missen het echte leven. Met fietsen ontdek je opnieuw waar het leven werkelijk waar om draait. Plezier, samen lol maken, tranen van verdriet of van het harde lachen. Verbinding met de natuur, de spiegel van wie je zelf bent.”

De fiets als metafoor van inclusief denken over mens, natuur en samenleving

Paul besloot om zijn COCO-MAT concern uit te breiden met een fietsenfabriek. Inmiddels heeft hij met een enthousiast team van jonge mensen een serie houten fietsen ontwikkeld die zo oogstrelend mooi zijn dat het de aandacht trekt van iedereen. Ik heb niet eerder zoveel bekijks gehad als op een COCO-MAT-fiets. Het breekt onmiddellijk het ijs in elke ontmoeting. Zelfs mensen, stevig verslaafd aan hun mobiele telefoon, kijken plotseling op. Overal zie je een glimlach op het gezicht van mensen verschijnen. Voor Paul staat de fiets voor veel meer dan alleen fietsen, bewegen en sporten. Het staat voor een nieuw paradigma van inclusief denken over mens, natuur en samenleving.

Als we om vijf uur in de ochtend vanuit het gloednieuwe COCO-MAT Hotel bc in Athene vertrekken, heeft Paul een korte nacht achter de rug. De avond daarvoor krijgt hij onverwacht bezoek van een groep Chinezen die een COCO-MAT hotel wil bouwen. Hij was deze afspraak helemaal vergeten, maar past zich flexibel aan. Er volgt een diner, een geanimeerd samenzijn en een paar uurtjes slaap. De Albanese portier van het luxe bc COCO-MAT hotel vraagt zich verbaasd af hoe we zo gek kunnen zijn om vanaf hier naar Albanië te willen rijden. Ik weet het ook niet, maar het voelt kloppend.

We rijden die ochtend in het donker door Athene. Paul vraagt aan een mooi meisje bij de bushalte waar ze naartoe wil, en biedt haar een lift aan voorop de fiets. Zo gezegd, zo gedaan. Aan een verliefd stelletje vraagt hij of ze net uit bed zijn gekomen of onderweg naar huis zijn. Het laatste was het geval. Direct bekroop mij het gevoel dat ik van puur geluk mijn tanden wilde poetsen. In Athene wordt in de vroege ochtend nog volop gefeest. Paul heeft oog voor elk mens dat zijn pad kruist. Van de dakloze man tot de directeur van de grootste bank. Ik herken mezelf daarin. Mijn bloed gaat sneller stromen. Niet alleen vanwege alle fysieke inspanning. Al zijn we nog maar net vertrokken, ik voel me thuiskomen op de fiets naar Albanië.


Niet eerder in mijn leven heb ik zo m’n lichaam gevoeld

Als we Athene uitrijden, verschijnt er een dood stuk spoorlijn aan de zijkant van de weg. “Een van mijn duizend projecten. Ben nog op zoek naar iemand die het leuk vindt om die spoorlijn te ontwikkelen voor het gebruik van COCO-MAT fietsen. Het spoor gaat een paar honderd kilometer door een mooi gedeelte van Griekenland.” Paul bruist altijd van de ideeën. Het blijft bij hem evenwel niet alleen bij dromen. Het is ook durven en doen. Inclusief een goed verdienmodel. Paul rekent snel en behendig alle plannen door.

Als ik de eerste heuvel met een beetje moeite beklim, voel ik plotseling een duwtje in de rug van Paul. Het ontroert me en geeft me moed om door te gaan. Aan de linkerkant van de weg verschijnt voor het eerst de zee. Het is ongelofelijk mooi. De zon is net opgekomen en er liggen talloze tankers te wachten voor de kust. Als we ergens een flinke afdaling hebben gemaakt, gebaart Paul ons om even af te stappen. We maken een duik in de zee. Ik heb geen zin om te zoeken naar mijn zwembroek en ga naakt het water in. Ik word overmand door gevoelens. De eerste 50 kilometer zit erop. Niet eerder in mijn leven heb ik zo m’n lichaam gevoeld. Zo intens. Zo pijnlijk. Met een gratis afdruk van het houten zadel in mijn billen. Ik voel opnieuw dat ik leef. Het herinnert me aan de eerste duik in de Italiaanse zee na mijn besluit om te gaan scheiden van mijn eerste vrouw. Ik werd toen ook overspoeld door een vrijheidsgevoel. Het was een kracht die ik zo lang niet meer had geproefd.




Een lange afstand langs de autobaan, met stevige tegenwind, geeft me daarna voor het eerst het gevoel dat ik aan het sterven ben. Ik kom opnieuw op adem als ik alleen op de brug sta over het kanaal van Korinthe. Mis mijn gezin met wie ik daar twee jaar geleden ook stond. Tien kilometer verder arriveer ik rond 13:00 uur doodop in een winkel van COCO-MAT. De eerste 95 kilometer zit erop. Ik kan niet meer. Toch moeten we nog zeker 90 kilometer richting Patra. We worden verwend met een heerlijke lunch door een vrouw in de winkel. Ze blijkt achteraf geen eens bij de winkel te horen, maar kwam toevallig even binnen om naar een bed te kijken. Paul is zo enthousiast over haar, en ziet haar direct al een winkel voor COCO-MAT openen. “Zij belichaamt helemaal wat we met COCO-MAT voor ogen hebben. Griekse gastvrijheid tonen. Gezond leven. Liefde voor mensen”. Haar gastvrijheid is inderdaad onvoorstelbaar. Paul ziet dat ik op mijn wenkbrauwen loop, en vraagt de vrouw of ze me een lift wil geven naar de plek waar we in de avond overnachten. Een uurtje later zit ik met haar en haar gezin in de auto richting Patra en word ik uitgenodigd bij een charmant appartementencomplex met privé-strandje aan de Golf van Korinthe. De vrouw is zichtbaar blij om te klankborden over een aantal vraagstukken in haar leven. Ik luister met hart en ziel en voel me de grootste bofkont op aarde.

Twee werelden: het echt leven en het kunstmatige leven

De volgende dag rijden we opnieuw in alle vroegte weg. Heerlijk koel, nog geen overweldigende hitte. Het fluiten van de vogels en het tjirpen van de krekels klinkt als muziek in de oren. Het wordt me duidelijk dat niet alleen bewegen heel gezond voor je lichaam en geest is, maar ook gezond eten. Een dag later zou ik de weg kwijt raken en tien kilometer de verkeerde berg oprijden. Op de top van de berg ben ik zo dorstig en gefrustreerd. Ik koop een liter sinaasappelsap uit een pak. Dat heb ik de rest van de middag in m’n buik gevoeld. In theorie wist het allang. Maar nu in de realiteit van het fietsen proef ik pas echt wanneer eten en drinken levend of dood is.

Tijdens het fietsen leer ik al snel inzien dat er twee werelden zijn. De wereld van het echt leven en de wereld van de kunstmatigheid. Het echte leven zit in zuiver water, in een verse sinaasappel, vers fruit van de boom, noten, zelf gebakken brood en noem maar op. De kunstmatigheid zit in plastic flesjes met water, frisdranken, snoepgoed en burgers. Het echte leven zit in de uitwisseling van een glimlach met een onbekende voorbijganger, een oprechte ontmoeting met een mens, een dier of bloem. In het kunstmatige leven heb je niet door dat de belangrijkste persoon in je leven de mens is die voor je staat. Je bent er niet bewust bij met je hoofd, je hart, je ziel, je lichaam.


In het kunstmatige leven draait het om “voorspellen en controleren”. In het echte leven om “voelen en reageren”.

Het advies van Paul om niet teveel spullen mee te nemen, meende ik goed te hebben opgevolgd. Ik dacht met een rugzakje van acht kilo voor tien dagen heel

economisch te zijn geweest. Was trots op mezelf. Paul schrok echter toen hij mijn rugzak zag. “Waarom heb je dat allemaal meegenomen? Ik neem altijd alleen een onderbroek en twee t-shirts mee. ’s-Nachts even wassen en drogen. Als het de volgende ochtend nog wat nat is, geen probleem, voordat je het weet ben je zelf ook weer nat van het zweten. Ik neem nooit veel water mee, water kun je overal onderweg vinden. Iedereen geeft je water.” Mijn 2 liter waterzak, zonnebril, speciale fietsbroekjes etc. … het is al die tijd in mijn rugzak gebleven. Paul heeft gelijk. In het kunstmatige leven draait het om “voorspellen en controleren”. In het echte leven om “voelen en reageren”. Het zijn twee verschillende paradigma’s.


“Geven is alles wat we kunnen. Daarom zijn we hier”

Als we bij Patra over de bijna 3 kilometer lange tolbrug van de Peloponnessos naar het Griekse vaste land rijden, voel ik me van binnen sterker dan ooit. Stop netjes om te betalen bij het tolpoortje, maar er bestaat geen tarief voor fietsers, en ik mag gratis doorrijden. We rijden na de brug een klein stukje over de autobaan naar het Noorden en nemen de eerste afslag richting de kust. Het wordt een lange dag en Paul doet de suggestie om een stukje met de bus te gaan. Welnu, op eerste pinksterdag rijden de bussen niet zo regelmatig. Ik lift hooguit 5 tot 7 kilometer mee met twee vriendelijke werkers in een nogal retro-pickup wagentje. Precies over een bergpasje heen. Dat geeft me een voorsprongetje op snelle Paul, hetgeen me lekker ontspant.

Ergens onderweg parkeer ik voor korte tijd mijn fiets voor een huisje. Er komt een aardige mevrouw naar me toe gewandeld. Even later komt Paul ook aanrijden. De vrouw loopt gespeeld boos op hem af. “Waarom heb je niets meer van je laten horen?” Paul glimlacht. Vorig jaar ontmoette hij dezelfde vrouw onderweg van Kreta naar de Noordkaap. Hij gaf haar wat cadeautjes, want naast zijn ondergoed en twee shirts, puilt zijn rugzak wel uit met weggeefdingetjes, vooral eigengemaakte bamboepennen met zijn email adres erop. De vrouw had verschillende keren geprobeerd hem via het hoofdkantoor te pakken te krijgen. Ze deelt hoe ze geen werk meer heeft en dat ze zo graag weer aan de slag wil. Paul is gecharmeerd van haar karakter en talent om met bamboe te werken. Hij stelt haar voor om flesjes bamboe te gaan maken ter vervanging van de plastic flesjes die nu in de COCO-MAT hotels worden gebruikt voor shampoo en dergelijke. “Ik wil geen plastic en papier meer in onze hotels.” Zo gezegd, zo gedaan. Een nieuw project is gelanceerd tijdens een korte stop onderweg naar Albanië. Iedereen die Paul tegen komt wordt uitgenodigd om een of twee nachtjes in Athene te komen logeren in een COCO-MAT-hotel. “Geven is alles wat we kunnen. Daarom zijn we hier”, aldus Paul.

“Het leven is altijd goed voor jou, ook als het soms wat pijnlijk aanvoelt”.

Rond het middaguur bel ik in paniek met mijn vrouw. Ik zie er als een berg tegenop om de volgende berg te beklimmen. “Beetje moeilijk ja”, zegt Paul, “maar je kunt liften”. Ik sta tegenover een klooster en probeer zeker anderhalf uur lang een lift te krijgen. Elke voorbijganger slaat vroom een kruisje, maar niemand neemt me mee.

Ik besluit zelf de berg op te gaan. Ik geef een stukje brood aan een te magere hond, die vervolgens kilometers met me meeloopt. Begin me direct zorgen te maken over het welzijn van deze hond. Degenen die me goed kennen, weten dat ik honden als een magneet aantrek. Heb echter nog steeds niet het idee om een asiel te beginnen. Soms stap ik af. De hond hoopt op meer eten, maar ik heb niets meer bij me. De ijzeren pedalen stoten tijdens het lopen af en toe tegen mijn enkel. Na verloop van tijd bloedt het behoorlijk. Ik vloek heftig. Dan prijs ik het moment waarop de top van de berg is bereikt. De lange afdaling voelt die dag als een geschenk uit de hemel. Ergens in de middag heb ik ruim 150 kilometer gefietst. Het einddoel van de dag blijkt toch niet helemaal het einde te zijn. “Het is nog 50 kilometer”, zegt Paul die een goede coach is en na twee dagen krijg ik zijn tactiek door. Alleen besluit ik nu wel om de bus te nemen. Achteraf was dat niet helemaal nodig geweest … Paul en Jeroen worden een stuk meegenomen door een busje van COCO-MAT die toevallig komt langsrijden. Paul had op zondag niet willen bellen, maar “het leven is altijd goed voor jou, ook als het soms wat pijnlijk aanvoelt”.

“Als de mensen dat houten zadel zien, dan willen ze altijd er iets heel zachts van maken, maar na 150/200 kilometer fietsen ben je sowieso kapot”

We overnachten die avond in Arta. Paul vraagt uitgebreid naar het werk dat ik graag doe. Ik vertel hem in geuren en kleuren hoe blij ik ervan wordt om problemen tussen mensen in organisaties op te lossen, mensen bij elkaar te brengen in dialoog, klokkenluiders te helpen, nieuwe visie te ontwikkelen met bedrijven die open staan voor betekenis en het richting geven aan een nieuwe economie als kunst om welzijn te verwerven voor alles en iedereen. Het valt hem op hoe gelukkig ik ben in Griekenland. Al meer dan tien jaar werk ik daar regelmatig voor een grote verzekeraar. Ben verliefd geworden op het land en haar mensen. Paul geeft me een buitengewoon oprecht voorstel in overweging om samen met hem een hotel te bouwen op Kreta van waaruit ik zakelijk mijn werk kan gaan doen. “Kun je helemaal zelf inrichten zoals je wilt voor je conferenties, bijeenkomsten, wat je maar nodig hebt om je idealen te verwezenlijken”. Het prikkelt enorm. Al jaren droom ik soms ook weer stiekem van een beetje financiële stabiliteit. Zomaar op een Grieks terrasje krijg ik een aanbod met een vrijwel gegarandeerd inkomen. Ik heb de volgende dag op de fiets weer iets om over na te denken.


De volgende ochtend fietsen we aan de rand van Arta over de beroemde Turkse brug, ergens gebouwd begin 1600. Paul vertelt hoe er een vloek rustte op de bouw. “Het verhaal gaat hoe de bruggenbouwer met toenemende ergernis vaststelde dat alle werk dat hij overdag had verricht, 's nachts door het geweld van de rivier telkens weer werd vernield. In een droom kreeg hij van een vogeltje de boodschap dat het probleem enkel kon opgelost worden indien hij bereid was zijn geliefde te offeren voor de voltooiing van zijn werkstuk. De architect liet zijn vrouw levend inmetselen in de fundamenten van de brug, die sindsdien stand hield. In 1931 werd bij herstelwerken een klein kamertje ontdekt in een van de brugpijlers: men beweert dat er daar toen inderdaad een voorovergebukt skelet werd gevonden.” We fietsen opgewekt verder in ras tempo. De eerste dertig kilometer doen we in nog geen twee uur.

Zou ik op Kreta willen wonen?

De vermeende grensplaats met Albanië, Igoumenitsa, ligt op 120 kilometer afstand van Arta. De mooie kustweg gaat volop op en neer. Op deze dag lijkt alles wel van een leien dakje te gaan. Ik begin te wennen aan het fietsen en meer dan dat, ik vind het heerlijk, ondanks de pijnlijke schaafwonden op mijn billen. “Als de mensen dat houten zadel zien, dan willen ze altijd er iets heel zachts van maken, maar na 150/200 kilometer fietsen ben je sowieso kapot”, aldus Paul.

In de verte zie ik het eiland Corfu al liggen. Wat houd ik van Griekenland. Zou ik op Kreta willen wonen? Het aanbod van Paul realiseert me opnieuw, en dat is zeker niet de eerste keer in m’n leven, dat het nooit het geld is dat iets wel of niet mogelijk maakt. Het is iets anders. Het is de inspiratie en creatiekracht binnen onszelf. Ik voel die kracht als de grootst mogelijke vorm van vrijheid. Al zingend zie ik de grensplaats dichterbij komen. Bijna zwevend voel ik me over het hete asfalt rijden. Als er nog dertig kilometer is te gaan, besluit ik een korte stop te maken bij een leuk tentje tegenover een waterbron. Daar ontmoet ik Paul en Jeroen ook weer. Paul heeft dan wel als CEO geen telefoon of auto. Hij gebruikt wel een Ipad, waarmee hij ook nu alweer lekker aan de slag is. Business must go on.

“Zo doe ik ook zaken. Ik denk niet aan het geld. Ik denk net zoals thuis: wat maakt je blij?”

Tot nu toe voel ik me door engelen gedragen. Eenmaal aangekomen in het mooie havenstadje Igoumenitsa, blijkt de grens nog zeker bijna 40 kilometer verderop te liggen. Bij een marktje met biologisch fruit stop ik om te lunchen. Jeroen houdt me al snel gezelschap. Paul is via de haven doorgereden. Het is twee uur in de middag. Opnieuw ervaar ik geluk om gezond te eten. De hele dag had ik al verlangd naar vers uitgeperst sinaasappelsap. Het is er niet van gekomen, maar eindelijk wel verse sinaasappels waar het vocht uitloopt en een grote watermeloen.

Ik heb geen smartphone, ook geen landkaart en moet het elke dag doen met een klein papiertje waarop Paul twee of drie plaatsnamen heeft geschreven. Onderweg naar de grens vraag ik bij een grote kruising naar de weg. Het was me al eerder opgevallen. Je eigen intuitie laat je nooit in de steek. Alleen erop durven vertrouwen is een andere zaak. De man stuurt me een kant op die ik niet vertrouw. Ik vraag hem voor de zekerheid nog tweemaal, maar hij blijft volhouden dat ik links af moet slaan. Nergens staan bordjes naar de grens. Onderweg naar boven vraag ik een tegenligger ook nog eens hoe ik het beste bij de grens kan komen. Ook hij bevestigt dat ik op de goede weg zit. Eenmaal op de top van de berg is een klein bakkertje. Ik vraag de mensen op het terrasje opnieuw de weg. Ze adviseren me om terug te gaan. Dat is veruit de kortste weg naar de grens. Ik voel plotseling het lood in mijn benen zakken. Net als ik ruim een uur later de juiste weg heb terug gevonden, zie ik voor me een ontspannen Paul op zijn lichte vouwfiets rijden. “Ja, ik ben wat later, werd uitgenodigd om te komen lunchen, ze kennen me hier allemaal en willen allemaal met me praten. Heb ook over jou verteld. Kom je even terug om ook gedag te zeggen?.” We hadden zeker nog zeventig kilometer voor de boeg en ik verontschuldigde me. Eigenlijk tegen mijn gevoel in. Had best graag even meegewild, maar ik was na de frustratie van het omrijden bang om niet op tijd de grens te halen. Voor Paul is alles altijd goed. We fietsen samen naar de grens. Maken een korte stop om water te drinken uit een bron. We praten over het leven. Over wat ons blij maakt. “Zo doe ik ook zaken. Ik denk niet aan het geld. Ik denk net zoals thuis: wat maakt je blij?”

Welkom in Albanië!

Ik ben helemaal kapot als we ergens op de stille top van een berg de grens met Albanië bereiken. Paul vraagt een Griekse priester, er wonen veel Grieken in Albanië, hoe ver het nog is naar de eindbestemming in Sarande. Daarop volgt het klassieke antwoord: “Het is niet te ver, en niet te dichtbij”. “Stja”, zegt Paul, “ze weten het gewoon niet en dan krijg je dit soort mystieke antwoorden”. Het blijkt nog zestig kilometer klimmen en dalen te zijn. Paul gaat alleen op de fiets. Jeroen en ik besluiten om 18:00 uur de bus te nemen. We zijn beiden helemaal af. Jeroen ligt languit op een terrasje van een klein dorpscafé. Terwijl hij zijn ogen sluit, zie ik hoe talloze voorbijgangers afkeurend en mopperend met hun hoofd schudden hoe je het lef hebt om zoiets te doen. In Albanië neemt men geen blad voor de mond. Als het busje eenmaal arriveert, rijdt de buschauffeur snel door. Hij heeft geen zin om twee houten fietsen mee te nemen. Het voelde voor mij helemaal okay. Dan maar fietsen. We hadden die avond een COCO-MAT bed in het vooruitzicht. Dat helpt. Even verder stopt het busje alsnog en komt de vrouwelijke conducteur naar buiten. Ze wenkt ons vriendelijk. De buschauffeur bleef narrig doen, terwijl Jeroen en ik de twee houten fietsen in het gangpad van het kleine busje plaatsen. Welkom in Albanië.

Omlaag was Goddelijk. Omhoog de hel. Met een brandende zon van 40 graden in m’n nek, worstelde ik wellicht nog het meeste met de gedachten binnen mezelf.

De volgende dag ging de fietstocht van Sarande naar Vlore via een enorme bergpas en een nationaal park. Het was de vierde dag van onze tocht. Jeroen fluisterde me onderweg in de oren dat hij op een punt was gearriveerd dat het voor hem niet zoveel meer uitmaakte of de weg omhoog of omlaag ging. Ik voelde op dat moment een hoop boosheid en frustratie binnen mezelf. Liet in stilte een paar flinke vloeken vallen. Ik deed niets anders dan naar de helling van het wegdek kijken. Omlaag was Goddelijk. Omhoog de hel. Met een brandende zon van 40 graden in m’n nek, worstelde ik wellicht nog het meeste met de gedachten binnen mezelf. 150 kilometer fietsen in de bergen is op een gegeven moment best te doen. Zelfs voor een ongeoefende fietser zoals ik. Alleen zestigduizend gedachten tot rust brengen … dat was voor mij de grootste uitdaging. De dag ervoor was het met vallen en opstaan aardig gelukt. In Albanië lukte het me ook weer redelijk. Tranen van geluk stroomden over m’n wangen toen ik alleen van dorpje naar dorpje reed. Paul had gelijk. Op de fiets ga je het echte leven proeven. Met de wind en de zon op je huid. Met roofvogels biddend in de lucht. Koeien, schapen en geiten op de weg. Overkruipende slangen. Een kort praatje met de schaapsherder of met de Fransman die met zijn gele hesje van Parijs naar Athene wandelde. Drie slokjes water bewust drinken gaf me meer energie dan ooit. Een lichte lunch met watermeloen en verse fetakaas. Sinaasappels en noten plukken aan de kant van de weg.

Het besluit

Toch greep de paniek me af en toe ook nog flink bij de keel. Angst om het doel van de dag niet te bereiken. Angst om in een verlaten dorp alleen de nacht te moeten doorbrengen. Angst voor weet ik veel wat er allemaal in de donkere schachten van de ziel omgaat. Schaamte om geen echte vent te zijn. Toch fietste ik door. Het werd die dag in Albanië een soort dansen tussen vreugde en verdriet. Tot het moment waarop ik de weg zo ongelofelijk omhoog zag gaan … alle moed zonk me in de schoenen. Ik besloot om te gaan liften. Twee uur lang stopte er niemand. Vaak kreeg ik gebaren naar m’n hoofd geslingerd om gewoon zelf door te fietsen, maar ik kon niet meer. Tot een vrachtwagenchauffeur na ruim twee uur stopte en bereid was om me mee te nemen. Wat een geschenk uit de hemel. Door de ogen van een fietser ga je anders naar de wereld kijken. Je zult bijvoorbeeld nooit meer een uitgebluste lifter aan de kant laten staan. Samen met de chauffeur reed ik de enorme bergpas over. Het was een vriendschappelijke ontmoeting die ik nooit meer zal vergeten. In die vrachtwagen, op die bergpas, heb ik besloten om niet meer verder door te gaan naar de eindbestemming Split, Kroatië. In plaats daarvan nam ik een diepgeworteld besluit om de bergen in mijn eigen leven te gaan beklimmen. Om na zeven jaar echt een nieuw hoofdstuk te gaan openen.

Terwijl ik voortijdig van de fiets ben afgestapt, ben ik tegelijkertijd weer in beweging gekomen. Paul Efmorfidis heeft me fietsend weer tot leven gebracht.

Photo credit: Elion Jashari #gratitude


De bergpas in Albanië stond als een grote metafoor voor de tocht die ik vooral in mijn werkzame leven nog zo graag wil maken. Om in het bedrijfsleven het menselijk aspect in werk en economie tot leven te brengen. Om bedrijven en organisaties te ondersteunen het echte leven van mens, natuur en samenleving te dienen. Om het natuurlijke bronvermogen van de mens opnieuw ruim baan te geven. Om zichtbaar te maken hoe mooi de essentie en betekenis van de mens, het bedrijfsleven en het leven op aarde in haar oorsprong is en kan zijn. Om bij te dragen aan de transitie richting een nieuwe economie van welzijn en geluk en een nieuw managementparadigma. Om daarvoor een kennis en leeromgeving te ontwikkelen voor het bedrijfsleven in de vorm van een retreat center in de bergen van Transsylvanië. Om opnieuw, na zeven jaren van relatieve stilte, actief te worden in de wereld, om daar de meest uitdagende menselijke processen te begeleiden.

80% is voldoende. Het is niet nodig om altijd voor 100% perfectie te gaan.

Terwijl ik voortijdig van de fiets ben afgestapt, ben ik tegelijkertijd weer in beweging gekomen. Paul Efmorfidis heeft me fietsend weer tot leven gebracht. Zelden heb ik iemand ontmoet die enerzijds zo enorm zijn hart volgt en tegelijkertijd de kunst verstaat om alles in goud te veranderen wat zijn vingers aanraakt. Hij is voor mij een inspirerend voorbeeld van de monnik en de succesvolle zakenman ineen. Jeroen Timmers ben ik dankbaar voor zijn intense oprechtheid, hoe irritant soms dan ook om de waarheid te horen op momenten waarop je er geen zin in hebt. Ik waardeer zijn enorme gedrevenheid om in alles wat hij doet en laat de intentie te leggen om het echte leven te voeden. Van hem heb ik geleerd dat 80% voldoende is. Het is niet nodig om altijd voor 100% perfectie te gaan.









Contact Information

Ivo Valkenburg and Lili Valkenburg-Baumann are dedicated to support people and organizations to make a new future possible. Finding practical solutions for the 21th challenges in the world. Feel free to drop us a line!

Valkenburg bv
Heusden (Gemeente Heusden), The Netherlands

Transilvania Retreat Center SRL
Str. Principala 597F, 407135 Calatele, Jud. Cluj, Romania

Email: ivo@ivovalkenburg.nl 

Join Our Mailing List

© 2023 by The Middle Way Future Business Architects

  • LinkedIn
  • Twitter
  • Facebook
  • Instagram